Terug naar overzicht

‘Mijn taalachterstand kostte me mijn werk, huis en huwelijk’

Metaalbewerker Dennis Bos had moeite met lezen en schrijven. Keer op keer liep hij vast in zijn werk, met uitval tot gevolg. Wat kunnen bedrijven doen om medewerkers zoals hij te begeleiden én behouden?

26 maart 2026
Duurzame inzetbaarheid

Hoe kwam je aan een taalachterstand?

‘Op de lagere school ben ik extreem gepest. Daardoor wilde ik zo min mogelijk opvallen in de klas. Ik vroeg niets. Ik schreef zoals ik sprak. En al werd ik op mijn fouten gewezen, ik leerde niet hoe het wel moest. Begrijpend lezen en werkwoordspelling werden een probleem. Maar vragen stellen wilde ik niet. Mijn vertrouwen in anderen was zo geschonden. Ik hoorde wel wat er in de lessen werd gezegd, maar ik nam het niet meer mee. Bij de Cito-toets werd dyslexie vermoed, maar in die tijd had je je daarmee te redden. Mijn Nederlands was waardeloos. Het was alsof het aanleren van de Nederlandse taal geblokkeerd werd door mijn haat voor de pestkoppen. Want Engels leren lezen en schrijven ging me later makkelijker af.’

Hoe kwam je in de metaalbewerking terecht?

‘Mijn zwager was lasser. Dat wilde ik ook. In het speciaal onderwijs heb ik mijn lasdiploma’s gehaald voor MIG/MAG 1 en 2. In de les werd de theorie voorgelezen. En met mijn handen ben ik altijd heel goed geweest, wat ik zie, kan ik maken. Bij het landbouwmechanisatiebedrijf waar ik stage liep, wilde ze me graag in dienst nemen. Daar ontwikkelde ik me in 7 jaar tijd tot hoofdconstructeur en stagebegeleider en haalde ik mijn lasdiploma’s TIG 1 en 2.’

Welke gevolgen had je taalachterstand voor je werk?

‘Ik werd overspannen en zat 1,5 jaar thuis. In de baan die volgde, bij een bedrijf dat onderstellen voor vrachtwagens en paardentrailers maakt, raakte ik gefrustreerd. Ik werd gepest en ontslagen. Via het UWV kwam ik bij een ander metaalbedrijf en daar ging het helemaal mis. Op de werkvloer waren zoveel teksten, vooral bij de machines. Ik had de veiligheidsvoorschriften van een tientonkraan niet goed begrepen. Ik toeterde niet voor ik ging hijsen en raakte daardoor op een haar na een collega. ‘Kan iedereen gebeuren’, reageerden mijn collega’s. Maar ik was zo van slag dat ik ’s middags bijna mijn hand verloor in een metaalpers. Toen ben ik geflipt. Ik ben thuisgebracht, kwam weer in de ziektewet en verloor mijn huis en huwelijk.’

Wanneer besloot je er iets aan te doen?

‘Vanwege dat keer op keer overspannen raken, volgde ik een groepstherapie in de ggz. Daar vroeg iemand waarom ik mijn schrift, waarin we tijdens de therapie notities moesten maken, nog nooit had opengeslagen. Mijn wereld verging. Ik heb het verteld en verwachtte gigantisch af te gaan en te worden uitgelachen. Dat gebeurde niet. Mijn groepsgenoten vonden het knap dat ik het durfde te delen en moedigden me aan er iets aan te doen. Daarbij speelde ook mijn dochter een belangrijke rol. Zij was 6 en leerde lezen en schrijven. Ze vroeg me regelmatig om haar voor te lezen. Ik was mijn eigen smoesjes zo zat. De teleurstelling in haar ogen, dat deed wat met me.’

Hoe heb je toen beter leren lezen en schrijven?

‘Ik heb 3 maanden lang met een taalbuddy in de bibliotheek aan mijn taalvaardigheid gewerkt. Elke week lazen we samen een stuk uit een boek en moest ik dat vervolgens overschrijven. Eerst een kinderboek, later boeken voor volwassenen. Vervolgens ben ik zelf heel veel gaan lezen.

In 2023 werd ik verkozen tot Taalheld door de Stichting Lezen en Schrijven. Vanaf die tijd ben ik trots op wat ik doe en gedaan heb. Inmiddels volg ik zelf een mbo-opleiding tot Ervaringsdeskundige in Zorg en Welzijn en werk ik bij Gemeente Emmen. Ik geef advies over basisvaardigheden en financiële gezondheid. De metaalbewerking is geen optie meer vanwege een versleten schouder.’

Wat kunnen bedrijven doen om medewerkers die moeite hebben met lezen en schrijven te helpen?

‘Het is belangrijk dat zij zich gesteund voelen door hun werkgever. Ikzelf bijvoorbeeld had meer kunnen bereiken als mijn taalachterstand eerder was ontdekt. Dan was ik niet steeds vastgelopen, had ik meer diploma’s kunnen halen en had ik kunnen doorgroeien naar andere functies. Dat was zowel voor mij als mijn werkgevers voordelig geweest.

Het is dus in de eerste plaats belangrijk dat werkgevers moeite met lezen en schrijven herkennen. Daarbij moeten zij weten dat goed kunnen praten niet betekent dat medewerkers ook goed kunnen lezen en schrijven. En dat veel lachen en grappen maken ook een manier kan zijn om de aandacht af te leiden.

Misschien is het spannend om erover in gesprek te gaan. Maar als mijn leidinggevende destijds had gezegd: “Ik zie dat schrijven lastig is, zullen we samen kijken naar hulp?”, dan had ik waarschijnlijk eerst wat glazig gekeken, maar was ik naderhand teruggekomen om te vragen naar de mogelijkheden.

Ik vond het zelf een enorme opluchting toen mijn taalachterstand eenmaal bespreekbaar was. Dat de schaamte eraf was, en ik gewoon kon vragen om hulp. Vermijden helpt niemand. Dus ga op een veilige en respectvolle manier in gesprek en zoek samen naar oplossingen.

Tot slot is het goed om op alle taal op het werk te letten. Dat moet eenvoudig zijn. Buitenlandse woorden, Latijn, lange woorden en zinnen, juridische taal of vaktaal… Dat is voor medewerkers met een taalachterstand allemaal niet te doen.’

Weten hoe je moeite met basisvaardigheden herkent en wat je kunt doen om medewerkers te ondersteunen?